JEAN JAURES …. ANDERMAAL

Jean_Jaurès_1913Onderstaand artikel verscheen in SHRAPNEL, het tijdschrift van The Western Front Association België, van het vierde kwartaal 2015.

 

Een artikel in Schrapnel 2015/2 over Jean Jaurès zette me aan het denken over deze uitzonderlijke Franse socialist. Met Alfred von Schlieffen en Franz-Ferdinand von Habsburg-Este behoort Jaurès tot het clubje mannen die, hoewel voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog al dood, deze oorlog sterk bepaald hebben. Alle drie op een negatieve manier. Von Schlieffen als maker van een aanvalsplan dat Duitslands middelen te boven ging, Franz-Ferdinand door op het verkeerde moment op de verkeerde plaats te zijn[1], Jaurès wegens de onmogelijkheid om met zijn pacifisme de oorlog te voorkomen. Deze vergelijking doet echter Jaurès onrecht aan. Hij is één van de grote mannen uit de Franse en zelf wereldgeschiedenis. Hij heeft het jonge socialisme tot de verdediger van de liberale of burgerlijke vrijheden gemaakt, een mijlpaal in de geschiedenis. Of hij de Eerste Wereldoorlog had kunnen verhinderen is een andere vraag.

 

Jaurès, de ‘Dreyfusard’

In 1894 werd Alfred Dreyfus, een officier werkzaam bij de generale staf van het Franse leger, veroordeeld tot verbanning naar de strafkolonie Cayenne wegens spionage voor Duitsland. De feiten waren te gevoelig voor de Franse veiligheid om op het proces publiek gemaakt te worden. Al snel groeide twijfel over deze veroordeling. Was de grootste misdaad van Dreyfus misschien het feit dat hij jood was? De medestanders van Dreyfus konden geen herziening van het proces bekomen. De legerleiding schermde met het argument van de staatsveiligheid. Ten einde raad werd in 1898 Emile Zola ingeschakeld. In het beroemde krantenartikel ‘J’accuse’ beschuldigde hij de Franse president, de regering en het leger van alles wat mooi en lelijk was in deze zaak. Het doel werd bereikt. Zola werd een proces wegens smaad aangedaan. De hoop van de ‘Dreyfusards’ dat op dit smaadproces ook de grond van de zaak, de beschuldiging tegen Dreyfus zelf, zou behandeld worden, kwam echter niet uit. Ook Zola werd veroordeeld. Frankrijk belandde in een latente burgeroorlog. Rechts Frankrijk, monarchistisch en katholiek, vond de jood Dreyfus schuldig. Aan het woord van de generaals viel niet te twijfelen. Aan de andere zijde stonden de liberalen, toen radicalen of republikeinen genoemd, die ijverden voor een eerlijk proces te gronde. De Franse arbeidersklasse vond de escalerende Dreyfusaffaire eerst een ver van hun bed show. Het speelde zich af in de hoge burgerlijke en militaire kringen, waar ze geen affiniteit mee hadden. Met een oneerlijke en vooringenomen justitie werden de arbeiders dagelijks geconfronteerd, waarom er dan zo’n kabaal rond maken?

Jean Jaurès (Castres 3/09/1859 – Parijs 31/07/1914) maakte precies hier het verschil. Hij kon de sterk verdeelde Franse arbeiders overtuigen om van deze zaak over een ver van hen afstaande rijke officier een strijd voor een betere justitie te maken. Hun strijd. Iedereen had recht op een eerlijk proces, waarbij klasse vooroordelen, jood en arbeider waren in dezes omwisselbaar, niet meer konden. Jaurès bereikte dat het socialisme in Frankrijk de liberale of burgerlijke vrijheden als een nastrevenswaardig doel ging zien. Ondertussen ging de strijd om de nog altijd in Cayenne opgesloten Dreyfus onverminderd verder. Een nieuwe rechtse regering was vastbesloten het probleem definitief op te lossen door de geheimhouding te laten vallen. Het werd snel duidelijk dat Dreyfus op basis van vervalste documenten veroordeeld was. In een sfeer waarin het jood zijn van Dreyfus primeerde, trokken de Fransen in mei 1898 naar de stembus. Deze verkiezingen leverden een republikeinse meerderheid op[2]. De volgende jaren werd de Dreyfusaffaire langzaam geregeld met het aanduiden van de werkelijke schuldige en eerherstel voor Alfred Dreyfus. De legerleiding werd gezuiverd. Frankrijk voerde een strikte scheiding tussen kerk en staat door. De Derde Republiek werd uitgesproken anti-katholiek. Kloosterorden waaronder de Jezuïeten werden verboden.

Jaurès kwam uit de Dreyfusaffaire naar voor als de sterke man van de linkerzijde. In 1905 slaagde hij erin om de meeste socialistische partijen en partijtjes te verenigen tot de SFIO ‘Section Française de l’Internationale Ouvrière‘ (Franse afdeling van de arbeidersinternationale)[3]. Binnen het republikeinse kamp, na de afhandeling van de Dreyfusaffaire ononderbroken aan de macht, werden de socialisten een belangrijke groep. Ze ondersteunden regeringen en leverden de eerste socialistische ministers. Deze ministers stonden wel buiten de SFIO. Want ministers waren tot en met betrokken bij de sociale en militaire politiek van Frankrijk. Tegen beide verzette Jaurès, en met hem het SFIO, zich sterk. De eerste socialisten die ministersposten bekleedden, Millerand, Briand en Viviani, deden dit als onafhankelijke socialisten. René Viviani, Frankrijks eerste minister aan het begin van de oorlog, had in 1904 samen met Jaurès de krant L’Humanité gesticht.

 

Jaurès, de internationale pacifist

Jaurès behoorde tot het kransje topmensen uit de Tweede Internationale, de ‘Socialistische Internationale’. Opgericht na de dood van Karl Marx, probeerden ze diens theorieën om te zetten naar dagelijkse politieke realiteit. Een schier onmogelijke taak. Ze lagen voortdurend met elkaar overhoop over de striktheid van de marxistische leer. Hierbij stond Jaurès, de man van de praktische politiek in de Franse Derde Republiek, en Rosa Luxemburg, de Duitse theoretische bewaakster van de volgens haar originele stellingen van Marx, tegenover elkaar. Jaurès gevecht voor een eerlijke justitie werd met argusogen gevolgd, want justitie was toch een onderdeel van de klassenmaatschappij, en dat wilden ze niet meer. Rosa Luxemburg was helemaal niet opgezet met de verdediging van de burgerlijke vrijheden, om de proletarische revolutie daar ging het om. Naar verluidt heeft ze in het laatste jaar van haar leven haar vergissing ingezien[4]. Met de ‘Oktoberrevolutie’ (7 november 1917) voerde Lenin een vorm van socialisme in dat geen enkel respect voor burgerlijke of andere vrijheden had.

Eén principe van Marx verbond echter al zijn volgelingen, het internationalisme. Met Marx eigen woorden: ‘arbeiders hebben geen vaderland’ of ‘arbeiders aller landen, verenigt u’. Hieruit kwam de overtuiging dat de arbeiders niets aan een oorlog hadden en deze met alle middelen dienden te vermijden. Maar hoe? Grote theoretische beschouwingen verborgen veel twijfel over de praktische haalbaarheid van het verhinderen van een oorlog.

De Franse socialisten zijn onder de bezielende leiding van Jaurès verder gegaan dan om het even wie in concreet verzet tegen wat in hun ogen onverantwoorde oorlogsstokerij was. Het hoogtepunt was de strijd tegen de ‘Loi des 3 ans’. In 1913 stelde de regering Barthou een wetsontwerp voor aan het Franse parlement om de dienstplicht van 2 naar 3 jaar te brengen. De vorige regering onder leiding van Briand, een socialist en ooit dicht van Jaurès, had dit al voorbereid. De openlijke motivatie voor deze wet was dat het Franse staande leger onvoldoende soldaten had in geval van een oorlog met Duitsland, oorlog die na de twee Marokko-crisissen (1905 en 1911) snel aan waarschijnlijkheid won. Tijdens de beroering rond deze wet zelf woedde de Tweede Balkanoorlog. De voorgenomen verlenging van de diensttijd plaatste opnieuw links tegen rechts. Een niet onaanzienlijk deel van eerder nationalistisch gezinde socialisten (‘la gauche républicaine’) steunde de wet. Jaurès was de onbetwiste leider van het tegenkamp. Op een manifestatie met misschien 100.000 aanwezigen in Pré-Saint-Gervais, een voorstad van Parijs, sprak Jaurès de aanwezigen toe op een podium naast een vlag. Een beroemde foto. Maar het verzet van Jaurès tegen deze wet had zijn grenzen. De nijpende positie van Frankrijk in een aanstaande oorlog werd wel algemeen aanvaard. Jaurès kwam dan ook met een alternatief, dat volgens hem de slagkracht van het leger nog zou vergroten. Niet onmiddellijk zeer pacifistisch. Het voorstel hield een militaire vooropleiding in voor jongens vanaf 10 jaar, een effectieve dienstplicht van slechts 6 maand, maar daarna nog regelmatige weder oproepingen van in totaal 21 dagen. Een leger dichter van het volk zou het voor de regering ook moeilijker maken om dit leger altijd opnieuw tegen stakingen in te zetten. Hij hoopte waarschijnlijk dat een in het volk verankerd leger eventueel wel een defensieve oorlog zou voeren, maar niet aan een aanvalsoorlog zou deelnemen. 1914 zou leren dat het verschil tussen defensief en offensief troebel was. In Duitse ogen was de inval in het neutrale België een defensieve actie.

Op 19 juli 1913 werd de wet met 358 stemmen tegen 204 aangenomen. Ongeveer een derde van de SFIO en radicaal-socialistische parlementsleden hadden voorgestemd. De wet was vooral een koude douche voor de soldaten van de lichting 1911. Ze hoorden dat ze onverwacht een jaar langer onder de wapens mochten blijven. Veel Franse kazernes waren in de zomer van 1913 zeer onrustig. Op korte termijn werd wel snel het effectief opgetrokken, van 480.000 naar 750.000 tegenover een staand leger van 850.000 man in Duitsland, dat zich echter op twee fronten moest richten. Maar de bewapening snel naar dit niveau brengen was meer werk en was in de zomer van 1914 nog niet voltooid.

 

Jaurès, de martelaar voor de vrede

Na het Oostenrijks-Hongaarse ultimatum aan Servië op 23 juli 1914 steeg de spanning in Europa pijlsnel. De Socialistische Internationale wist dat het uur van de waarheid aangebroken was. Op 29 juli kwam het bureau van de Tweede Internationale in Brussel voor spoedberaad bijeen. Jaurès en leidende Duitse socialisten waren aanwezig. Jaurès hoorde weinig hoopgevends. Het werd hem duidelijk dat de Duitse socialisten hun regering zouden steunen als Duitsland werd aangevallen door Rusland[5]. De dag na zijn terugkeer in Parijs werd hij door een Franse ultra-nationalist vermoord.

Had Jaurès bij leven de oorlog kunnen tegenhouden? Honderd jaar na de feiten zijn de Franse historici hier nog altijd niet uit. Maar er is twijfel. Het is waarschijnlijk goed geweest voor zijn reputatie om in 1914 vermoord te worden. Het is twijfelachtig of hij de eerste dagen van augustus 1914 de Franse deelname aan de oorlog had kunnen verhinderen. Hij had dan wel invloed op de deels uit socialisten bestaande regering. Maar deze regering heeft niet tot oorlogsdeelname beslist. Dat heeft de Duitse regering gedaan. Het was haar beslissing het von Schlieffen-plan te activeren. Plan dat een defensieve situatie, de Russische mobilisatie, omvormde tot een offensieve situatie, Frankrijk aanvallen, nog verergerd door de schending van de Belgische neutraliteit. Ruslands mobilisatie was voor alles defensief en had teruggedraaid kunnen worden had Oostenrijk-Hongarije alsnog ingebonden tegenover Servië. Had Duitsland zich defensief opgesteld tegenover Rusland, en zijn bondgenoot Oostenrijk-Hongarije ingetoomd, dan was de werkelijke aard van de Frans-Russische militaire samenwerking naar boven gekomen. Dan had de Franse regering kleur moeten bekennen. Dan had Jaurès eventueel die beslissing kunnen sturen naar een vreedzame regeling. Dat een Balkan-conflict kon evolueren tot een Oost-Europese oorlog, daar hadden meerderen schuld aan: het onrustige Servië, Rusland dat dit Servië steunde, meer nog Oostenrijk-Hongarije dat zijn eigen problemen op de kap van Servië wilde oplossen, maar bovenal Duitsland dat van dit alles op de hoogte was en niets heeft tegengehouden, zoal niet aangemoedigd. Maar dat een Oost-Europese en Balkanoorlog ook naar West-Europa oversloeg, daar moet Duitsland met niemand de verantwoordelijkheid voor delen. Omdat Jaurès geen invloed had in de top van Duitsland, politiek, diplomatie en legerleiding, onderling zwak gecoördineerd door de keizer, kon hij met de beste wil van de wereld de oorlog niet tegenhouden. Daar is wel enige zekerheid rond.

Zou Jaurès later een compromis vrede hebben kunnen doordrukken, eens de moordende patstelling aan alle fronten duidelijk was? Dit is een moeilijkere vraag, omdat we hier nu echt in de ‘wat als’ redeneringen zitten. Maar ook dit is onwaarschijnlijk. Hij had geen tegenspeler van hetzelfde formaat in Duitsland. Zijn vrienden, waarmee hij voor de oorlog de ideologische degens kruiste, zaten meestal in de gevangenis. De voornaamste reden waarom een compromis vrede altijd onmogelijk gebleven is, lag in de dynamiek van de oorlog zelf. Eens begonnen waren grote delen van de bevolking van de oorlogvoerende landen bereid dan ook tot het uiterste te gaan om hem te winnen.

Jaurès heeft waarschijnlijk het geluk gehad dat hij dit alles niet heeft moeten meemaken. Onder de titel van de krant L’Humanité’ staat nog altijd ‘Le journal fondé par Jean Jaurès’. Maar of hij gezien de latere evolutie van die krant daar blij mee zou zijn? Wat zou hij denken van de clandestiene[6] Humanité uit de zomer van 1940 die de Fransen opriep om samen te werken, zelf te verbroederen, met de Duitse soldaten? Wat zou hij denken van een Humanité die de Russische slachting op de Hongaren van 1956 toejuichte?

Jong sterven is goed voor de latere reputatie in de geschiedenis. Wat niet wegneemt dat Jean Jaurès degene is die meer dan iemand anders het socialisme tot een democratische beweging heeft gemaakt. Dat heeft Karl Marx niet gedaan, dat heeft Lenin niet gedaan.

 

 

[1] Er waren goede gronden voor Franz-Ferdinand om in juni 1914 de zomermaneuvers van het Oostenrijks-Hongaarse leger in het in 1908 geannexeerde Bosnië-Hercegovina NIET bij te wonen. En zeker niet om op 28 juni, Sint-Vitus dag, de belangrijkste dag op de Servische kalender, het Servische sentiment openlijk te tarten.

[2] De verkiezingen van 8 en 22 mei 1898 leverden voor het eerst sinds de vorming van de Derde Republiek in 1871 een duidelijke republikeinse meerderheid. De katholieke, monarchistische en anti-joodse strekking was de grote verliezer van de verkiezingen. Hoewel het nog tot 22 juni 1899 duurde eer Waldeck-Rousseau zijn beroemde regering van ‘défense républicaine’ vormde.

[3] DE SFIO is als leidende socialistische partij blijven bestaan tot 1969. In de jaren 60 raakte ze door interne tegenstellingen over hoe om te gaan met de nieuwe Vijfde Republiek van Charles de Gaulle grondig verdeeld en kwijnde weg. Uit de resten van de SFIO stichtte François Mitterrand later zijn nieuwe ‘Parti Socialiste’.

[4] Rosa Luxemburg werd op 15 januari 1919 te Berlijn vermoord tijdens de zogenoemde ‘Spartacusopstand’. Ze had deze tot mislukken gedoemde communistische wanhoopsrevolutie niet kunnen verhinderen.

[5] Ter verdediging van de SPD (Sozialdemokratische Partei Deutschlands) en haar leiding moet wel gezegd worden dat ze niets afwisten van het engagement dat de Duitse leiding (keizer, politiek, diplomatie en leger) op 5 juli aan de Oostenrijks-Hongaarse regering gegeven had om dit laatste land te steunen bij een harde aanpak van Servië, aanpak die zeer wel tot een Russische reactie kon leiden (de zogenaamde blanco-cheque).

[6] L’Humanité werd na het Ribbentrop-Molotov pact (of Hitler-Stalin pact) van 23 augustus 1939 door de Franse regering verboden omdat de Franse communisten op aangeven van Moskou direct daarna een openlijk pro-Duitse koers volgden.

Deel op