Erich Maria Remarque: VAN HET WESTELIJK FRONT GEEN NIEUWS

Deze titel, ondertussen een gezegde geworden, verwijst naar het boek van Erich Maria Remarque dat in 1929 in het Duits verscheen onder de titel ‘Im Westen nichts Neues’. Het boek was toen een megasucces, bij zijn verschijnen zelf het best verkochte boek ooit en in geen tijd in 20 talen vertaald. Tot op heden is het de bekendste roman over de Eerste Wereldoorlog. Daar heeft de op dit boek gebaseerde  film “All quiet on the western front”, bij zijn verschijnen in 1930 ook al grensverleggend, sterk aan bijgedragen.

‘Van het westelijk front geen nieuws’ wordt verteld vanuit de figuur Paul Bäumer.  Oorlogsomstandigheden die Paul en zijn vrienden beleven, worden zeer realistisch beschreven. Erich Maria Remarque kon dit doen omdat hij zelf aan het front geweest was, hoewel slechts enkele maanden in 1917, waarna hij na verwondingen lange tijd in hospitalen in Duitsland verbleef. Anders dan zijn hoofdfiguur Bäumer was Remarque zelf geen vrijwilliger. Omdat boek en film te veel een pacifistische sfeer uitstraalden – Remarque was een overtuigd pacifist – werden beide na de machtsovername door Hitler in 1933 in Duitsland verboden. Remarque vluchtte naar Zwitserland maar zijn zus werd in 1943 door de nazi’s terechtgesteld.

De vijand komt weinig ter sprake, behalve in een aangrijpende beschrijving waarin Paul samen met een stervende Franse soldaat in een granaatkrater ligt. Franse soldaat door hemzelf zwaar verwond. Het verplicht luisteren naar kermende stervende paarden wordt als nog erger beschreven dan het geluid van stervende soldaten (p. 50-51). Vooral het thuisfront moet het ontgelden, te beginnen met de leraar die Paul en zijn hele klas heeft overtuigd om vrijwillig in het leger te gaan. Helemaal aan het begin komt al een cruciale passage nadat de enige twijfelende leerling als eerste sneuvelde: ‘Je kan voor die dood Kantorek ( = de leraar) niet aansprakelijk stellen – waar zou het met de wereld heen moeten, als je hier al van schuld wilde spreken. Er zijn duizenden Kantoreks geweest, die er allemaal van overtuigd waren, dat ze, zonder er zelf veel voor te offeren, het beste voorhadden.’ (p. 14 in mijn uitgave van 1983). Een andere die het zwaar moet ontgelden is de opleidingsofficier Himmelstosz, een sadist, die opeens bij deze mannen ook frontdienst moet komen doen. Onvermijdelijk is er ook een beschrijving van intieme contacten met Françaises (voor een brood).

Het boek paste voor alles in de pacifistische stroming na de oorlog. Het lanceerde mee de later wijdverbreide visie over de nutteloosheid en de zinloosheid van de oorlog, visie die ik wel niet deel. In het boek wordt over de oorlog gezegd: ‘Ik houd het meer op een soort ziekte’ zegt Albert. ‘Niemand wil eigenlijk oorlog, en opeens is hij er toch. Wij hebben geen oorlog gewild; de anderen beweren hetzelfde; – en toch is de halve wereld er nu druk mee bezig.’ (p. 156)

Deel op