DE SLUISWACHTER VAN DE IJZER, HET VERHAAL OVER HENDRIK GEERAERT

De figuur van Hendrik Geeraert, redder van het Vaderland, heeft me altijd geboeid voor een zeer persoonlijke reden, onze gelijkenis in naam. Ik was lange tijd gerustgesteld dat de naam van deze onverbeterlijke drinker, hij had een aversie aan volle glazen, die vrouw en kinderen heeft laten zitten, één letter verschilde van mijn naam. Tot het me stilaan duidelijk werd dat een ambtenaar van de burgerlijke stand van Nieuwpoort bij zijn geboorte de ‘H’ uit de naam van zijn vader heeft vergeten. Het had toch Hendrik Gheeraert moeten zijn.

Benedict Wydooghe brengt in zijn boek ‘De sluiswachter van de Ijzer, sterk water, Op zoek naar Hendrik Geeraerts Eerste Wereldoorlog’ uitgegeven in 2013, het volledige verhaal. Dit boek is allereerst opgebouwd rond persoonlijke sfeerindrukken over West-Vlaanderen en de Eerste Wereldoorlog van de auteur zelf. De aanloop naar het verhaal van de schipper die als sluisbedienaar beroemd zou worden, is lang. Hierdoor laadt hij soms extra bagage op die niet altijd relevant noch juist is. Zo maakt hij op p. 125 Fritz Haber tot de uitvinder van Zyklon-B, en niet de Degussa onderzoeker Walter Heerdt. Maar dan komt toch beetje bij beetje de figuur van Hendrik Geeraert naar boven. Een groots verhaal, tegelijkertijd genuanceerd en majestueus verteld. Hoe Hendrik Geeraert werkelijk heeft geleefd, wat zijn cruciale rol was aan de ‘Ganzepoot’ te Nieuwpoort, hoe men later hiermee is omgegaan, en hoe de schrijver dit verhaal terug ontrafeld heeft. Kort samengevat, Hendrik Geeraert was van een dermate lage afkomst en had een dermate gedrag dat hij volgens veel weldenkenden het Vaderland gewoon niet kon gered hebben.

Volgend fragment is een mooie samenvatting van hoe Wydooghe de  prestaties van Geeraert en Cogge zag. En het verband tussen beiden. ‘De sysyfusarbeid van twee onderwaterzetters bracht de Duitse stormram een mokerslag toe. Zonder de grondwerken van Cogge mocht Geeraert zoveel sluizen opendraaien als hij wou, de Belgische linies zouden wegspoelen als het bier uit zijn glas. En omgekeerd, zonder Geeraert zou Cogges ondeneming een droge boel blijven. (…). De ene had de brains, de andre het lef. Cogge kende de kaart, Geeraert had guts. Cogge maakte van het vergiet een kuip en Geeraert liet die vollopen’. (p. 409-410). Voor mijzelf was het belangrijkste nieuwe feit dat Wydooghe meldt dat op de begrafenisplechtigheid  van Geeraert op 22 januri 1925 de Nieuwpoortse burgemeester in zijn lijkrede ook het alcholisme vermeldde: ‘De legerchefs en niemand anders wonden een man met een ‘buitengewoon kloek gestel’ op met ‘prikkelmiddelen’ omdat hij onmisbaar was. De alcohol en de oorlog sleepten Geeraert ten grave.‘ (p. 403).

Zich moed indrinken om het Vaderland te redden dus. Niets houdt me nu nog tegen om uit te zoeken of Hendrik Geeraert een verre verwant was.

de sluiswachter van de ijzer

Deel op